Leerlingen die in de gele werking (koeklas + pauwklas + schaapklas) zitten zijn leerlingen met een matige of ernstige mentale beperking. De leeftijd van de leerlingen bevindt zich tussen de 6 en de 13 jaar. De focus binnen deze werking ligt op redzaamheid (zowel persoonlijke, maatschappelijke als huishoudelijke) en op het zich goed voelen (kinderen kunnen enkel tot leren komenals het zich ook goed in zijn vel voelt). Hiernaast krijgen beweging, verkeer, zindelijkheidstraining, communicatie en ondersteunende communicatie (SMOG) een centrale plaats binnen de werking. Het cognitieve aanbod wordt in deze werking enkel functioneel (functioneel lezen en rekenen) gegeven. Cognitieve ondersteuning is beperkt omdat de meeste ondersteuning reeds gaat naar zelfredzaamheid. 

Kinderen in deze werking moeten in groep kunnen functioneren. Het is de bedoeling dat ze na een leerproces mee kunnen deelnemen aan verschillende groepsactiviteiten. De werksessies bestaan uit keuzeactiviteiten. Elke voormiddag en namiddag zijn deze aanwezig. Door gebruik te maken van keuzemomenten wordt de betrokkenheid van de leerlingen vergroot. Binnen deze keuzemomenten zijn er ook vaste groepjes voor taal, kiné…  Er wordt gestuurd om alle leerlingen naar de voorop gestelde doelen te laten ontwikkelen.


Binnen de gele werking worden menggroepen gemaakt. De oudere leerlingen leren om zorg te dragen voor de jongeren en de jongere leerlingen leren veel van de ouderen. Deze mengroepen worden gericht samengesteld, hierbij wordt rekening gehouden met: 

Door te werken met mengklassen is er minder ondersteuning nodig bij redzaamheid. Leerlingen die sterken zijn kunnen verder met verbale hulp, waardoor de leerkracht extra hulp kan bieden aan leerlingen die fysieke hulp nodig hebben. 


Kern: redzaamheid, functioneel cognitief aanbod, keuzeactiviteiten, menggroepen